Wees gerust, nu slaap je voor je ganse leven

14 november 2009, de winter is nu echt in het land. Al goed te merken aan de koude lucht en blinkende kleine pareltjes op de grond. Het is vroeg om al sinterklaas in het land te hebben, maar toch is hij er. In Antwerpen, en dan nog eens rechtstreeks op tv. Mijn mama heeft er geen oren naar deze keer, ze blijft maar in de zetel liggen. Ze draagt een bruinbeige kamerjas en de verwarming staat heel hoog. Mijn moeder heeft het al een ganse dag koud, kouder dan haar lichaamstemperatuur kan het echt niet meer worden. Ook haar moeder zit in de woonkamer, ook in haar kamerjas. Geen bruinbeige deze keer, die zit in de was. Het is een mooie rooskleurige kamerjas. Een oude, er zijn al plekken op. Aardbeienjam gaat er echt niet meer uit. Maar nu echt stoppen met janken, mijn moeder is echt niet al te best hoor. Haar ogen raken zelfs de tv niet en sinterklaas zou beter ophoepelen, want zijn baard zal nooit zo wit zien als de huid van mijn moeder. Wat scheelt er toch allemaal? Gaat ze dood? Maar nee, ze is pas vijftig. Geen haar op haar hoofd dat daar al aan denkt! Geef haar maar een goed pak friet met stoofvleessaus en mayonaise. Maar ook hier draait mijn moeder haar hoofd. Als ze die lekkere frietjes niet lust, dan moet er zeker al iets mis zijn. Maar geen nood, plots gaat mijn moeder recht zitten. ‘Kijk eens in je kaarten hoe mijn nachtrust zal zijn? Of ik beter slaap?’ Het was gene vetten deze keer. ‘Ik hoop deze nacht heel goed te slapen’, riep ze me na als ik mijn kaarten uit het doosje haalde. Eens de kaarten op de tafel lagen, zag ik er geen steek van. Veel te donker. De kaarten vonden terug hun plaats in het doosje en al vlug opende het doosje zich in de keuken onder een echt grote spots! In de keuken zag ik alles! Als de kaarten op tafel lagen, zag ik het! Ik keek mijn kaarten als een zielepoot aan. Precies of ze nog nooit zo’n rare toekomst hadden gegeven. Maar dit was toch echt iets heel speciaals. ‘Zie je het al?’, vroeg mijn moeder me nog een keer. Mijn lichaam gaf een heel klein schokje. Alsof mijn hart plots stilstond. Ik stak mijn hoofd uit de keukendeur en vertelde haar dat ze dood ging! We waren zo geschrokken dat onze oren er allebei rood van zagen. Maar dit zal niet te geloven zijn en dit kan ook niet te geloven zijn. Maar niets is mijn minder waar zo blijkt. In een mum van tijd, wordt haar gezicht nog witter dan wit en smelt haar gezicht weg, ze ademt niet meer. Kortom, ze valt neer in de zetel. Haar moeder helpt haar om een kussen onder haar hoofd te stoppen. Koud buiten, maar even goed ook binnen. Ik ga snel hulp halen. De trappen afrennen lukt maar net. Bij een buurman aanbellen, moet toch lukken? Een meneer doet open, ‘Meneer, mijn moeder is aan het sterven’. Hoe belachelijk klinkt dit voor mij in de oren. Een vrouw van vijftig kan niet sterven, is nog te vroeg. Maar bij het thuiskomen, had mijn moeder het inderdaad nog veel kouder dan de koudste winter ooit. Haar lichaam werd hard en mijn benen stonden aan de grond gevroren. Een begrafenisondernemer bellen is nu de beste optie. Haar in een zak zien stoppen, bleek net hetzelfde als bij sinterklaas en zwarte piet. Maar zonder snoepjes deze keer. Huilen deed ik nog niet, kon ik nog niet. Gewoon, het geloof in mezelf en in mijn kaarten, ik ben een medium ja. Medium, small en large, en in welke zak mijn moeder zat weet ik heus niet. Dit mocht nooit voorvallen. Is dit mijn schuld? Stierf mijn moeder omdat ik een heks ben? Of stierf mijn moeder om van mij nog een grotere heks te maken??? Negen jaar later is de rouw om die vrouw er nog steeds, maar op een andere manier, ze is nu heel ver, een grote hemel stond voor haar open, en ze is er heen gegaan. Maar mij helpen zal ze heel zeker! Altijd! Rouwen is een muurtje bouwen rondom jezelf en anderen. Maar met of zonder tranen, veel zal er niet veranderen. Haar as en foto staat bij mij thuis, ook als ik verhuis, verhuist ze mee. En geloof me, binnen heel veel jaren drinken we samen tussen de sterren onze thee. En slaap op beide oren, je bent heel goed ingeslapen en nu voor je ganse leven.