De kapelletjesmevrouw

Rudi Lavreysen

We passeren dagelijks langs het kapelletje op de hoek van onze straat. Het verkleinwoord voor de kapel is op zijn plaats. Toch kan je er niet naast kijken. Vooral omwille van de bloemen. Die staan er nooit verwelkt bij. Ondanks onze dagelijkse passage zien we ze niet, de mensen die er de vlaggetjes ophangen, het onkruid plukken en de bloemen water geven. Alsof ze het stiekem of ’s nachts doen.

Op de ochtend van wat een snikhete weekenddag belooft te worden, trekken we de voordeur vroeg achter ons dicht voor een frisse wandeltocht. Het ontbijt net achter de kiezen. Ik zie ze meteen als we buitenkomen. De kappelletjesmevrouw. Het is wellicht haar eerste werk van de dag. Zelfs voor haar boterham met koffie. Met de gieter in haar hand stapt ze al terug huiswaarts. De bloemen bij het kapelletje druppen een beetje na. Alsof ze nog even ‘dank u’ willen zeggen. Een beetje water kan wonderen doen. Was het bij verwelkte mensen ook maar zo eenvoudig. Enkele druppels water en hup, de kop terug omhoog.

Misschien denkt de mevrouw hetzelfde. Ze stopt bij de begrafenisondernemer. Die ligt op de andere hoek van de straat, tegenover het kappelletje. Het ligt soms allemaal dicht bij elkaar. Net als in het leven. Ze kijkt naar de overlijdensbrieven die de begrafenisondernemer telkens op de deur van zijn winkel hangt. Misschien kijkt ze wel of het nog dezelfde mensen als gisteren zijn.

Gelukkig hangen er soms geen brieven.