HET CADEAU

Sascha Beernaert, Diegem
voor Adele Welling

De nacht waarop mijn oma stierf, wist ik niet dat het mooiste cadeau in een schoendoos op mij lag te wachten.

Het was totaal onverwacht toen het ziekenhuis belde. Er waren complicaties. Een longembolie. Het had niet lang geduurd. Ik kon het niet geloven. Hoe kon mijn oma nu doodgaan? De familie was kwaad en overlegde om een eventuele klacht in te dienen.
Wat ik mij vooral herinner, is de machteloosheid en het immense gemis dat ons toen overviel.

De laatste groet was pijnlijk, maar ik wou er absoluut bij zijn. Ook al was ik nog maar een kind, ik moest met eigen ogen zien of het wel mijn oma was die daar lag.
Op de begrafenis liet ik geen traan. Ik deed mij vooral stoerder voor dan ik was. Misschien ook wel onbewust, om de plaats van mijn mama in te nemen. Voor haar was het emotioneel te zwaar.
Van de plechtigheid heb ik nog maar een paar vage beelden. De weg naar het kerkhof en wat er daarna gebeurde: het is allemaal weg. Alsof mijn geheugen het ergste gewist heeft.

Bij het leeghalen van het huis verdeelden mijn mama, haar zus en broer de inboedel. De kleinkinderen, onder wie ikzelf, mochten een aandenken uitkiezen. Mijn zus had vooral oog voor de porseleinen pop waar ze elk bezoek mee speelde en mijn neef koos de go-cart met houten blokken overde pedalen.
Als ik had mogen kiezen, dan had ik mijn oma gekozen. Maar dat ging niet, zei mijn mama.

Sascha Beernaert

Toen dacht ik aan de brief van jaren geleden.
Het was bijna Pasen. Ik had mijn oma geschreven dat ik graag bij haar paaseitjes kwam rapen, dat ik mijn best deed op school en of ze mijn brief voor altijd wilde bewaren. Of de brief er nog was, wist ik niet.
Maar in haar nachtkastje stond een schoendoos. Tussen vergeelde krantenknipsels, oude bankbiljetten en enkele verkreukte doodsprentjes vond ik de brief.
Ik was veertien maar ik wist meteen: een mooier cadeau dan dit zou ik nooit meer krijgen.
Volgende week word ik tweeënveertig.
Zoals ieder jaar op mijn verjaardag lees ik luidop voor. Uit eerbetoon aan mijn oma, uit machteloosheid en immens gemis, maar vooral opdat mijn geheugen haar nooit zou wissen.

 

Lieve oma,

Het is bijna Pasen en dan kom ik weer bij u.
Dan kan ik in de tuin paaseitjes rapen, maar
ik mag er niet te veel eten anders word ik ziek
en krijg ik misschien buikpijn.
Ik doe mijn best op school en ik vraag een brief
van mijn lieve oma terug.
Nu sluit ik maar. Dag oma. Tot binnenkort.
Nog vele lieve kusjes van mijn zus, mama, papa en je kapoen.

Sascha
xxxxxx
xxxxxx
xxxxxx
Ps. Kun je mijn briefje altijd bewaren?

24/02/1924 – 26/08/1989