Gabriël Gheysen – Sint-Eloois-Winkel

Rachel staat in den bureau wanneer de telefoon gaat. Het gerinkel klinkt alsof het uit een andere wereld komt.

“Goedemiddag, mevrouw! Wij bellen even om te horen wanneer u van plan was om uw jubileum te vieren. Als cateringbedrijf zouden wij u heel graag helpen dit feest te organiseren!”

“… Excuseer?”

“Ja, proficiat, trouwens! Zestig jaar getrouwd, dat is niet niks.”

Rachel haalt adem alsof ze iets wil zeggen, maar stopt halverwege.

 “Bent u daar nog?”, vraagt de stem.

“Ja … maar mevrouw, mijn man is twee maanden geleden overleden.”

Uit het geluid dat door de hoorn komt, maakt Rachel op dat de vrouw krijtbleek wordt. Een gedempte slik. En dan: “Oooooh mevrouw, mijn excuses, o jee, o nee, oh mijn excuses! Sorry sorry sorry, oh nee, oh pardon!”

Maar Rachel luistert niet meer. Was het al twee maanden geleden? Ze had moeten rekenen voor ze het zei. Twee maanden. Zestig dagen. En binnenkort waren ze zestig jaar getrouwd geweest. Ja, ze hebben het stief goed gehad. En nu is het huis stiller dan ooit.

Zelfs de straatgeluiden klinken gedempter door de muren heen. Het behang lijkt licht verbleekt. De geur in het huis is veranderd. Het is niet veel, maar alles voelt duidelijk anders. Holler.

En niet alleen Rachel voelt die leegte. Dat heeft de nokvolle kerk bewezen. Een volgeladen kerk voor de begrafenis van een negentigjarige, dat ziet de paster niet elke dag.

Maar voor het overlijden van Gabriël Gheysen zakte Sint-Eloois-Winkel af naar het altaar.

Gabriël Gheysen werd geboren in 1925, als zoon van een vlasbewerker. Al vrij snel besefte hij wat hij wilde: aan de andere kant van de lessenaars staan. En zo gebeurde het dat 916 Winkelnaars de tafels van vermenigvuldiging, de dt-regels en hun eerste woordjes Frans van meester Gabriël leerden. Hij hield hun naam, voornaam en scores nauwgezet bij in zijn schriften thuis.

In 1953 zag hij in de tuin van de schooldirecteur het nichtje van diens broer lopen. Zij was op bezoek vanuit Roeselare. Ze heette Rachel Laconte, maar hij noemde haar “lieve verschijning” in zijn liefdesbrieven. Drie jaar later trouwden ze. Ze kregen drie dochters: een zwarte krullenbol, een bruinharige kapoen en een roodharig lachbekje. K3 avant la lettre.

1

K3 avant la lettre – © Gabriël Gheysen

Gabriëls laatste klas stond op van de schoolbanken in 1979. Die honderden Winkelnaars denken nog altijd aan meester Gabriël als ze hoofdrekenen, “word jij” schrijven, of in Frankrijk een brood bestellen. Gabriëls erfenis zullen we dus nog lang voelen. Maar we zullen ze vooral horen.

Want Gabriël hield van zijn beroep en zijn familie, maar een stukje van zijn hart was voorbehouden voor zijn derde liefde: muziek.

Zelf speelde hij klarinet, saxofoon en piano, en dirigeerde hij. In 1959 nam hij het harmonieorkest van Sint-Eloois-Winkel onder zijn hoede, dat tot dat moment elk jaar in aantal daalde. Degelijke muzikanten waren schaars, en dat moest veranderen, vond Gabriël. Dus richtte hij een bijafdeling van de academie op. De muziekschool zorgde voor een aanhoudende stroom van opgeleide muzikanten, en het kreeg er zelfs een jeugdorkest (De Piccolo’s) en een drumband bij.

Zijn dochters kozen elk hun instrument uit en gingen bij het orkest. Jaren later kwamen de echtgenoten erbij. En nog wat later telde de familie acht kleinkinderen, die – wat had u gedacht – allemaal muziekles volgden.

De harmonie bestaat nu bijna 100 jaar, de Piccolo’s meer dan 50 jaar. Tussen die muzikanten spelen nog steeds zijn 3 dochters, 2 schoonzonen en 2 kleindochters. Een van die schoonzonen werd onlangs ook voorzitter van de harmonie.

Gabriël zit overal in Sint-Eloois-Winkel verweven. En dat is net zo raar. Dat alles blijft standhouden en doorgaan, terwijl dat wat alles samenhoudt, er zelf niet meer is.

De verontschuldigingen blijven door de hoorn stromen, en Rachel kijkt rond in den bureau van haar man. Ze heeft de telefoon nog vast, maar haar hand is ondertussen gezakt tot op haar schouder. De vrouw van het cateringbedrijf jammert in de verte. Het kantoor ligt er zoals altijd netjes bij. Het lijkt alsof Gabriël elk moment kan thuiskomen. Dan zet hij zich neer, schuift hij zijn leesbril op zijn plek, likt hij aan zijn duim en slaat één voor één de pagina’s van zijn schriften om.

Nee, ze kan het nog niet geloven, dat hij er niet meer is.

Af en toe ontglipt het haar zelfs volledig. Dan werpt ze bij het uithalen van de post een blik op het kruiswoordraadsel dat hij zal invullen, of dan houdt ze de klok in de gaten om op tijd te zijn voor Blokken, of dan denkt ze aan zijn muziekuniform dat nog naar de droogkuis moet. En elke keer opnieuw overvalt het haar: hij vult geen kruiswoordraadsels meer in. Zijn gelach om Bens mopjes klinkt niet meer door de woonkamer. Zijn kostuum is niet vuil en zal dat ook nooit meer worden.

Dus onderbreekt ze de vrouw van de catering: “Het is niet erg, mevrouw. Dat kan de beste overkomen. Ik vergeet het zelf soms ook.”

14389728_10210824526667917_1274799811_n

Pepe en zijn lieve verschijning – © Sara Carton

Liesa Carton