Lutgart De Winter – Gent

Dag Lu,

Ik heb de pech gehad je amper te kennen. Ik was nog maar net geboren, toen jij stierf.
Maar ik heb het geluk gehad om op te groeien in een familie waarin je toch aanwezig bent.
Het voelt alsof ik je ken. Het voelt alsof je er nog steeds bent, maar dan gewoon ergens ver weg. Dat komt door al de verhalen. Verhalen die worden afgespeeld in mijn hoofd als een film. Een oude film. Eén die je al duizend keer bekeken hebt en graag opnieuw laat draaien.

Het verhaal speelt zich af in de jaren dat iedereen aan trouwen dacht en jij alleen de wereld ging ontdekken. Je studeerde af in de economie en je ging mensen helpen die het minder hadden. Je ging tegen de stroom in. Je was een personage waarop ik wou lijken.

Mijn mama, jouw zus, heeft het niet zo met treuren. Maar ze mist jou. Ze ging je nog niet zo lang geleden achterna. De route die je deed in Indonesië, deed ze ook. Ik kocht een klein boekje voor haar waarin ze kon schrijven, voor onderweg. Ik kan mij niet voorstellen hoe dat moet geweest zijn, maar ik ben ongelooflijk fier dat ik haar dochter ben. Je hebt een fantastische zus, maar dat weet je al.

Het was niet allemaal even veilig toen je jaren weg was. Je maakte avonturen mee, maar het ongeluk gebeurde toen je veilig terug was in Gent, op je fiets. Je was onderweg naar ’t Hinkelspel, maar je kwam nooit aan. Je maakte plannen en je was van plan om te blijven, dachten ze.

img_3561

Jouw mama, mijn oma, heeft het niet zo met rouwen. Maar ze denkt aan jou. Ze heeft jouw tas met je bril en portefeuille thuis neergezet, toen ze thuiskwam na jouw plotse ongeluk. Die tas staat nu nog steeds daar. Ik kijk er elke keer wel eens naar, als ik daar ben. Ze heeft je een plaats gegeven in onze familie, waardoor we toch opgroeiden met jou in de buurt. Ik ben haar jongste kleindochter en ook daar ben ik trots op. Je was niet de enige waar ze afscheid van moest nemen. Ook je broer en je papa heeft ze niet meer. Ze is ongetwijfeld de sterkste persoon in mijn wereld.

Ik heb al vaak gedacht dat er een manier zou moeten zijn om te laten weten dat je niet vergeten bent. Dat er een lichtje begint te branden, telkens iemand aan je denkt. Je zou omringd zijn door opflakkerende lichtjes en dan zou ik zeker weten dat je nooit in het donker bent.

Ze denken aan jou, voortdurend. En ze missen jou. Voortdurend. Ze zorgen ervoor dat je verder leeft, dat je niet vergeten wordt. Ze hebben het zo niet met rouwen, met treuren. Ze vertellen liever verhalen.

24/03/1957 – 17/09/1990

Liesbet Van Hoe