Robbie Van Eeckhout – Deerlijk

Reveil bundelt enkele vergeten verhalen van kleurrijke mensen uit onze bloeiende gemeente. En eigenlijk zijn we op dit hoekje van de begraafplaats aan het verkeerde adres. De verhalen over Robbie Van Eeckhout zijn namelijk helemaal nog niet vergeten. Ze zitten nog fris in het geheugen van de mensen die het geluk hadden om deze jonge kerel tot hun vriendenkring te rekenen.

Tijdens een veel te kort leven liet Robbie een onuitwisbare indruk na. Hij moest er eigenlijk zelfs niet eens zijn best voor doen. Het zat in zijn genen, hij was gezegend met het talent om zaken te doen die mensen aan het lachen brachten. Zonder het goed en wel te beseffen, maakte hij zijn anekdotenboek elke dag opnieuw een paar pagina’s dikker. Hij schreef sneller dan René De Clercq en Hugo Verriest samen. Maar vooral ook nog een stuk schoner.

Het kiezen van een anekdote deed mij terugdenken aan mijn kindertijd. “Pakt maar nog een snoepke jongen” zeggen ze dan. Niet gemakkelijk met al dat lekkers onder je neus. Kiezen is altijd een beetje verliezen en zo komt het dat ik jullie vandaag niet veel kan vertellen over Robbie, de zanger van het bandje Morbus, die verschillende podia in vuur en vlam zette met zijn smeuïge bindteksten. Of over Poupe die zich voor cantussen van Studentenclub Moeder Deerlijkse steevast als pijlgifkikker verkleedde. Ongeacht het thema. Of over die nummer 7 van KVC Deerlijk Sport met zijn goddelijke linker en soms een iets te kort lontje.

Robbie Van Eeckhout

Het rad der anekdotes bleef namelijk stilstaan op een zonnige zondag in 2011. Als rock-‘n-roll liefhebber pur sang kon Robbie pas over een geslaagde zomer spreken als er enkele gerenommeerde festivals de revue passeerden. Na de jarenlange vaste afspraak met Rock Werchter was het in 2011 eens tijd voor iets anders. En zo trokken we op 3 juli richting Arras voor een muzikale hoogdag op het Main Square Festival. Deze keer geen 4-daags verblijf en enkele overnachtingen in onze iglotentjes. Nee, we zouden eens de dagjestoerist uithangen.

We vertrokken voor dag en dauw met de wagen richting het Noorden van Frankrijk. In het centrum van Arras aangekomen, bleek het geen sinecure om een parkeerplaats te vinden. Robbie draaide het raampje van de auto open en vroeg een medewerker waar we parking konden vinden. De vriendelijke man gidste ons met een ingestudeerd Frans tekstje door de stad. Robbie knikte na elke ‘à droite’ en zei ‘oui oui’ toen de man vroeg of hij alles begrepen had. Aan het eerstvolgende kruispunt vroegen we “En Poupe naar waar ist?” Waarop hij zei: “Jah, kweetkik da niet, twas in ’t Frans…” De toon was gezet.

Op het festivalterrein kregen we een hoogstaande muzikale namiddag voorgeschoteld. Robbie droomde luidop van zijn eigen carrière in de showbizz en wij gingen in dat verhaal mee. Op zo’n groot podium staan voor 50.000 uitzinnige fans, dat is toch het summum. Coldplay sloot die dag het festival af en na de laatste noot liep het terrein langzaam leeg. Robbie dacht terug aan zijn droom om dat grote podium onveilig te maken en had aan de toog een nadar zien open staan. “Kom gasten, wat hebben we te verliezen, we gaan proberen op dat podium te geraken.” En zo geschiedde. Bij de eerste poging botsten we nog op een kleerkast van de security die ons vriendelijk, doch kordaat verzocht de uitgang op te zoeken. De uitvlucht dat we de weg verloren waren, maar vooral ’s mans sympathie zorgde ervoor dat we daarmee weg kwamen.

Een paar minuten later stonden we echter al terug op hetzelfde plaatsje en dit keer was er geen beer van een vent te bespeuren. Onze tweede operatie kende dus meer succes en via een trap aan de achterkant van het hoofdpodium, kregen we toegang tot ons aards paradijs. De toeschouwers merkten ons niet op, maar Robbie maakte zich sterk dat het ooit wel anders zou zijn…

Het podium van waarop Robbie ons momenteel bekijkt ligt helaas nog een stuk hoger dan dat van een festival. Maar toch is hij nog steeds de graag geziene gast met een grote schare fans. Hij zorgt nog steeds voor een lach en een traan en dat maakt nog maar eens duidelijk hoe geliefd hij was. We hebben als vriendenkring dan ook maar één belangrijke opdracht. Ervoor zorgen dat zijn verhalen nooit vergeten worden.

Brecht Goerlandt